In het contact met niet-christenen wil je dat er zo min mogelijk obstakels zijn. Veel mensen hebben zelf al barrières genoeg, het zou niet goed zijn als christenen zelf dan nóg een barrière vormen om te komen tot geloof in de Heere Jezus. Maar helaas… obstakels genoeg. Bijvoorbeeld deze: ‘Er zijn zó veel kerken, welke is dan de échte?’
Catechisant
Een catechisant vertelde dat hij dit wel erg lastig vond om uit te leggen. Een collega die nog wel iets wist van de kerk vroeg hem naar al die kerken, en wat het verschil was. ‘Ik vind het zelf al lastig om te begrijpen waar al die kerken voor staan, laat staan dat het ik het ook nog uit moet leggen…’ zo gaf hij aan.
Hier is natuurlijk een serieus probleem. Er is een begripsprobleem: zie maar eens uit te leggen aan iemand die nauwelijks iets van de Bijbel weet wat het verschil is tussen psalmen en liederen (bijvoorbeeld). Er is een imagoprobleem: als mensen niet eens samen in één kerk kunnen zitten, waar is dan de ‘liefde’ waar christenen het over hebben? Er is een praktisch probleem: als iemand naar de kerk wil gaan, naar welke kerk moet je hem dan sturen, en hoe leg je het uit dat je andere kerken links laat liggen?
Dit zijn serieuze vragen. Om over na te denken en ook om je te schamen. Wij christenen zijn blijkbaar niet zo goed in het heel en zuiver houden van de kerk… Maar deze column wil ik nu juist niet wijden aan het moeilijke, maar ik wil proberen het iets gemakkelijker te maken.
Kerst
We maken problemen soms ook groter dan ze zijn. Natuurlijk zijn er mensen met (enige) kennis van zaken die weten dat er tig soorten kerken zijn, maar voor de meeste Nederlanders speelt dat niet zo. Ze weten hooguit het verschil tussen ‘katholiek’ en ‘hervormd’ (of gereformeerd, of wat dan ook).
In de achterliggende tijd was het Kerst. Natuurlijk, het gaat er overal anders aan toe; er zijn verschillen die er volgens mij echt wel toe doen. Voor veel buitenstaanders is dat verschil er echter nauwelijks. Wat wél duidelijk is: in vrijwel alle kerken gaat het over de geboorte van de Heere Jezus. En in de meeste kerken wordt het Ere zij God gezongen; misschien ín de eredienst, misschien direct ná de eredienst, misschien búíten de eredienst – maar hetzelfde lied.
Hoe ontzettend groot is dan het verschil. Het verschil, niet tussen de ene en de andere kerk, maar tussen kerk en wereld. Tussen een kerk die roemt in God en een wereld die roemt in de mens. Ik zeg niet dat in al die kerken en christenen oprecht roemen in God, maar het klínkt wel zo, en dat kun je anderen vertellen.
Soorten spechten
Die catechisant vroeg dus, hoe hij het verschil tussen die kerken duidelijk kon maken terwijl hij zelf het verschil niet wist. Ik vroeg hem of hij de specht kende, een vogelsoort. Ja, die kende hij wel. En een bonte specht? Ja, ook wel. En kon hij zo het verschil noemen tussen een grote, middelste en kleine bonte specht? Nee, eigenlijk niet. ‘Ze hebben toch rood op een andere plek?’ zei een medecatechisant. Maar hoe dat nu precies zat, dat wist hij ook niet.
‘Stel je nu eens voor dat je in het bos loopt en je ziet een bonte specht. Er komt een wandelaar langs: ‘Zie je iets moois?’ ‘Ja,’ zeg jij, ‘een bonte specht, maar ik weet niet zeker of het een kleine is!’ ‘Een kleine wattes?’ Blijkt dat’ie nog geen specht van een koolmees kan onderscheiden. Nou, dan heeft het geen zin om te struikelen over het verschil tussen een kleine bonte en een grote bonte. Maak hem eerst maar eens enthousiast over het bijzondere van een specht: hoe die langs een boom omhoog kan klimmen, met zijn snavel gaten in het hout kan hakken zonder koppijn te krijgen, roffelt op een dode tak. Maak je niet druk over details die je zelf nauwelijks uit kan leggen en waar die ander nu nog niet aan toe is.
Zo ben je ook niet per se wervend bezig als je alle details uit gaat leggen over de verschillende kerken. Zeker niet als die ander merkt dat je het zelf nauwelijks weet. Probeer die ander maar te laten horen hoe mooi en belangrijk het is dat er überhaupt kerken zijn!
Supermarkten
De precieze leerverschillen uitleggen is dus vaak niet nodig. Maar dan blijft natuurlijk dat punt dát er zo veel verschillende kerken zijn. Dat komt toch wel over alsof christenen het niet lang met elkaar kunnen uithouden. Soms is dat ook zo, soms valt dat natuurlijk enorm mee, maar goed, het beeld bij de buitenwereld is er.
Tegelijkertijd mogen we hier ook ontspannen mee om gaan. De niet-christen met wie je spreekt gaat vast ook wel eens naar een supermarkt. Misschien gaat’ie naar de Plus, terwijl zijn broer die een dorp verderop woont naar de Coop gaat. Heeft hij daarom ruzie met zijn broer? Dat lijkt me niet; juist niet: ze begrijpen elkaar, want ze weten allebei dat ze eten nodig hebben. Ze gaan met hetzelfde doel naar een supermarkt. Misschien kiezen ze bewust voor die ene supermarkt (ik heb bijvoorbeeld de neiging om de grote gele en blauwe jongens te passeren, juist omdat ze zo groot zijn), maar misschien ook niet: die ene is nu eenmaal dichtbij. Met de kerk kan het net zoiets zijn. Als je naar de ene kerk gaat kies je niet per se tégen een andere kerk.
Gezond voedsel
Nu wil ik natuurlijk niet zeggen dat een kerk niet zoiets is als een supermarkt, en dat kerkgang net zoiets is als shoppen… Toch geeft de vergelijking met een supermarkt ook nog wel inhoudelijke lering. Het echte probleem met supermarkten is wat mij betreft niet dat er zo veel soorten zijn. Het probleem is dat ze vaak geen waar voor hun geld bieden: onnodig duur, oneerlijke verpakkingen en ongezonde inhoud.
Dat gebeurt helaas ook in kerken. Niet alles wat daar ‘verkocht’ wordt is (h)eerlijk voedsel. Misleidende teksten, meer aandacht voor de reclame dan voor de inhoud, ongezonde boodschappen – die vind je ook in de kerk. Volgens mij is dát het echte probleem van de kerk. Het bestaan van verschillende soorten kerken valt nog wel uit te leggen, maar kerken die hun eigen boodschap niet serieus nemen – die kan ik niet begrijpen, laat staan uitleggen.



