Nu we hier een jaar wonen, verwonder ik me nog dagelijks over de rijkdom aan natuur. Een kerkuil schuilt in de schuur, een torenvalk nestelde in een kast, een kwartel liet zich (helaas slechts één dag) horen vanuit het tarweveld, een geelgors zingt vanuit de houtwal, een paar gele kwikstaarten woont in het land daarachter.
En dit jaar boerenzwaluwen. Vorig jaar vlogen ze er wel, maar nu zochten ze onderdak! ’t Was wel een beetje laat in het voorjaar (ik denk dat een broedsel elders mislukt is), maar in mei doken er twee zwaluwen continue onder het hoge dak van de veranda. Na diverse mislukte pogingen lukte het ze om een nest klaar te krijgen. En daar hing het, op vier meter hoogte, vastgeplakt aan een balk.
Helaas, na twee weken begaf het nest het; op een morgen vond ik het neergekwakt op de grond. Eitjes kapot – maar nest nog heel! Ik heb met wat moeite, een plankje en wat cement het nest weer op zijn plaats terug kunnen hangen. Wie weet willen ze het weer gebruiken: ze hebben er zó hard aan gewerkt!
Je kunt ze niet dwingen. Jammer, maar ook mooi. Huisdieren kun je zelf neerzetten, vrije vogels komen vrijwillig. Dat past goed bij een plaats van gastvrijheid. Dat willen we zijn; nu al, en hopelijk is er straks nog meer gelegenheid. Wie daar komt, die komt vrijwillig. Zo is het ook met de natuur. Ook daarvoor willen we gastvrij onderdak bieden. Je kunt dan echter alleen maar ontvangen. Een voorrecht toch, als een vogel jouw huis, tuin of land uitkiest om jongen groot te brengen. Dan weten zij zich blijkbaar welkom, en dan heten wij ze welkom!
Bij een zwaluwnest denk ik nog verder. Sommige lezers herkennen de (oude) versregels wel:
Zelfs vind de mus een huis, o HEER’,
de zwaluw legt haar jongen neer
in ’t kunstig nest bij Uw altaren.
In het huis van God waren mussen en zwaluwen welkom – mét hun jongen. Bij Hem zijn ook mensen welkom – mét hun kinderen. Een betere plaats weet ik niet. Onze gastvrijheid is op zijn best een weerspiegeling van die van God. Maar wij kunnen geen veiligheid garanderen: ik kon niet voorkomen dat het nest losraakte. Hij garandeert wel veiligheid: niemand die bij Hem de toevlucht gezocht heeft kan nog uit Zijn handen vallen.
Dit artikel verscheen eerder in de Westervelder Wolder Courant
PS: Hoe het afgelopen is? Het is nog niet afgelopen. Wie weet komen er namelijk dit jaar inderdaad jonge zwaluwen. Nee, niet in het herstelde nest. Waarschijnlijk vonden ze ‘m door de plank toch te weinig op het oude nest lijken. Twee balken verderop hebben ze een nieuw nest gemaakt (nu iets verstandiger: in de hoek). Zo laten ze zien dat ze zich welkom weten maar niet van mij afhankelijk zijn. Weer een mooie les!