Al die kerken, niet uit te leggen?

In het contact met niet-christenen wil je dat er zo min mogelijk obstakels zijn. Veel mensen hebben zelf al barrières genoeg, het zou niet goed zijn als christenen zelf dan nóg een barrière vormen om te komen tot geloof in de Heere Jezus. Maar helaas… obstakels genoeg. Bijvoorbeeld deze: ‘Er zijn zó veel kerken, welke is dan de échte?’

Catechisant

Een catechisant vertelde dat hij dit wel erg lastig vond om uit te leggen. Een collega die nog wel iets wist van de kerk vroeg hem naar al die kerken, en wat het verschil was. ‘Ik vind het zelf al lastig om te begrijpen waar al die kerken voor staan, laat staan dat het ik het ook nog uit moet leggen…’ zo gaf hij aan.
Hier is natuurlijk een serieus probleem. Er is een begripsprobleem: zie maar eens uit te leggen aan iemand die nauwelijks iets van de Bijbel weet wat het verschil is tussen psalmen en liederen (bijvoorbeeld). Er is een imagoprobleem: als mensen niet eens samen in één kerk kunnen zitten, waar is dan de ‘liefde’ waar christenen het over hebben? Er is een praktisch probleem: als iemand naar de kerk wil gaan, naar welke kerk moet je hem dan sturen, en hoe leg je het uit dat je andere kerken links laat liggen?

Dit zijn serieuze vragen. Om over na te denken en ook om je te schamen. Wij christenen zijn blijkbaar niet zo goed in het heel en zuiver houden van de kerk… Maar deze column wil ik nu juist niet wijden aan het moeilijke, maar ik wil proberen het iets gemakkelijker te maken.

Kerst

We maken problemen soms ook groter dan ze zijn. Natuurlijk zijn er mensen met (enige) kennis van zaken die weten dat er tig soorten kerken zijn, maar voor de meeste Nederlanders speelt dat niet zo. Ze weten hooguit het verschil tussen ‘katholiek’ en ‘hervormd’ (of gereformeerd, of wat dan ook).

In de achterliggende tijd was het Kerst. Natuurlijk, het gaat er overal anders aan toe; er zijn verschillen die er volgens mij echt wel toe doen. Voor veel buitenstaanders is dat verschil er echter nauwelijks. Wat wél duidelijk is: in vrijwel alle kerken gaat het over de geboorte van de Heere Jezus. En in de meeste kerken wordt het Ere zij God gezongen; misschien ín de eredienst, misschien direct ná de eredienst, misschien búíten de eredienst – maar hetzelfde lied.

Hoe ontzettend groot is dan het verschil. Het verschil, niet tussen de ene en de andere kerk, maar tussen kerk en wereld. Tussen een kerk die roemt in God en een wereld die roemt in de mens. Ik zeg niet dat in al die kerken en christenen oprecht roemen in God, maar het klínkt wel zo, en dat kun je anderen vertellen.

Soorten spechten

Die catechisant vroeg dus, hoe hij het verschil tussen die kerken duidelijk kon maken terwijl hij zelf het verschil niet wist. Ik vroeg hem of hij de specht kende, een vogelsoort. Ja, die kende hij wel. En een bonte specht? Ja, ook wel. En kon hij zo het verschil noemen tussen een grote, middelste en kleine bonte specht? Nee, eigenlijk niet. ‘Ze hebben toch rood op een andere plek?’ zei een medecatechisant. Maar hoe dat nu precies zat, dat wist hij ook niet.

‘Stel je nu eens voor dat je in het bos loopt en je ziet een bonte specht. Er komt een wandelaar langs: ‘Zie je iets moois?’ ‘Ja,’ zeg jij, ‘een bonte specht, maar ik weet niet zeker of het een kleine is!’ ‘Een kleine wattes?’ Blijkt dat’ie nog geen specht van een koolmees kan onderscheiden. Nou, dan heeft het geen zin om te struikelen over het verschil tussen een kleine bonte en een grote bonte. Maak hem eerst maar eens enthousiast over het bijzondere van een specht: hoe die langs een boom omhoog kan klimmen, met zijn snavel gaten in het hout kan hakken zonder koppijn te krijgen, roffelt op een dode tak. Maak je niet druk over details die je zelf nauwelijks uit kan leggen en waar die ander nu nog niet aan toe is.

Zo ben je ook niet per se wervend bezig als je alle details uit gaat leggen over de verschillende kerken. Zeker niet als die ander merkt dat je het zelf nauwelijks weet. Probeer die ander maar te laten horen hoe mooi en belangrijk het is dat er überhaupt kerken zijn!

Supermarkten

De precieze leerverschillen uitleggen is dus vaak niet nodig. Maar dan blijft natuurlijk dat punt dát er zo veel verschillende kerken zijn. Dat komt toch wel over alsof christenen het niet lang met elkaar kunnen uithouden. Soms is dat ook zo, soms valt dat natuurlijk enorm mee, maar goed, het beeld bij de buitenwereld is er.

Tegelijkertijd mogen we hier ook ontspannen mee om gaan. De niet-christen met wie je spreekt gaat vast ook wel eens naar een supermarkt. Misschien gaat’ie naar de Plus, terwijl zijn broer die een dorp verderop woont naar de Coop gaat. Heeft hij daarom ruzie met zijn broer? Dat lijkt me niet; juist niet: ze begrijpen elkaar, want ze weten allebei dat ze eten nodig hebben. Ze gaan met hetzelfde doel naar een supermarkt. Misschien kiezen ze bewust voor die ene supermarkt (ik heb bijvoorbeeld de neiging om de grote gele en blauwe jongens te passeren, juist omdat ze zo groot zijn), maar misschien ook niet: die ene is nu eenmaal dichtbij. Met de kerk kan het net zoiets zijn. Als je naar de ene kerk gaat kies je niet per se tégen een andere kerk.

Gezond voedsel

Nu wil ik natuurlijk niet zeggen dat een kerk niet zoiets is als een supermarkt, en dat kerkgang net zoiets is als shoppen… Toch geeft de vergelijking met een supermarkt ook nog wel inhoudelijke lering. Het echte probleem met supermarkten is wat mij betreft niet dat er zo veel soorten zijn. Het probleem is dat ze vaak geen waar voor hun geld bieden: onnodig duur, oneerlijke verpakkingen en ongezonde inhoud.

Dat gebeurt helaas ook in kerken. Niet alles wat daar ‘verkocht’ wordt is (h)eerlijk voedsel. Misleidende teksten, meer aandacht voor de reclame dan voor de inhoud, ongezonde boodschappen – die vind je ook in de kerk. Volgens mij is dát het echte probleem van de kerk. Het bestaan van verschillende soorten kerken valt nog wel uit te leggen, maar kerken die hun eigen boodschap niet serieus nemen – die kan ik niet begrijpen, laat staan uitleggen.

Bevroren blijven

Wat was het mooi, die sneeuw begin januari. Natuurlijk was er ook overlast, maar velen hebben genoten van de bijzondere landschappen. We maakten ook van de gelegenheid gebruik om onze woning en omgeving te fotograferen. En natuurlijk gingen bij velen de gedachte naar de Bijbelse betekenis van ‘sneeuw die vers op ’t aardrijk nederviel’ (Psalm 51). Een beeld van de volkomen vergeving.

Maar mijn gedachten gingen ook een andere kant op. Want hoe mooi sneeuw ook is, ’t is wel koud, levenloos. Wat is het dan stil in de natuur: vogels sparen hun energie, planten blijven nog onder de grond, insecten in hun schuilhoeken. Dat geeft weer andere geestelijke lessen! Koud, bevroren – zo is een hart dat bezet is met de zonde. Er is geen geestelijke beweging, geen vrucht van leven. Sneeuw is niet alleen maar mooi…

Het is nu februari. Het heeft weer gesneeuwd. Maar hier in het noorden liggen er nog resten van de sneeuw van vier weken geleden. Intussen heeft de zon geschenen, het heeft geregend, ’t was soms tien graden boven nul. De meeste sneeuw verdween. Eerst werden de bomen weer bruin, de wegen weer schoon. Daarna werden de weilanden weer groen. Maar enkele plaatsen werden overgeslagen. Daar waar de sneeuw op grote hopen geschoven was. En daar waar de sneeuw in diepe greppels lag.

Sloot met oude sneeuw; op de achtergrond de Grensweg

Wel bijzonder. Terwijl het overal dooide, bleef daar een halve meter onder het maaiveld de sneeuw maar liggen. Dag in dag uit. Hoe kwam dat? Daar kon de zon niet bij, en de vorst bleef hangen. En zo bleef de bodem van zo’n greppel kil en wit en stijf.

Zo is het met het hart van een mens. Als Gods licht (Christus) er niet over schijnt en Gods adem (Heilige Geest) niet naar binnen schijnt, dan blijft ons hart zoals het was. We beschermen ons zondige, kille ik zorgvuldig…

In de natuur komt het wel weer goed. Zolang de wereld er is zullen immers de seizoenen elkaar afwisselen. Ook de laatste resten zullen smelten als sneeuw voor de zon. Een mensenhart is weerbarstiger. Velen laten zich niet beschijnen. Maar laten wij gehoor geven aan de oproep van Efeze 5:14, opdat Christus over u zal lichten. En we bidden om een geestelijke lente.

Kerken in Drenthe

Radicale prediking in een liberale kerk
Op de avond voor Kerst bezocht ik de ‘volkskerstzang’ in Vledder. Vroeger viel de evangelisatie van Vledderveen onder deze gemeente, dus leek het me goed om daar eens een kijkje te nemen. Op deze avond kon ik daar een ‘dienst’ volgen zonder een dienst in eigen gemeente te verzuimen. De oude, kleine, kerk zat boordevol. De liederen waren herkenbaar. De meditatie had geen diepgaande toepassing, maar Jezus werd wel benoemd als Gods Zoon, gekomen naar deze aarde. Dat is in deze – vanouds vrijzinnige – kerk wel anders geweest.
Na afloop sprak ik wat gemeenteleden. Ze vertelden dat er onlangs een Urker was voorgegaan. Tevoren hadden ze dat maar zo zo gevonden: ‘Dat zal zware kost zijn.’ En de preek duurde ook wel langer dan anders, maar hij kon goed preken – en zo’n radicale boodschap vonden ze eigenlijk wel mooi. Dus mocht hij van hen wel vaker komen. Dat verwonderde me. Er is blijkbaar een weg terug van het vrijzinnige. Kerkgangers die gewend zijn aan een oppervlakkige prediking kunnen toch gaan verlangen naar meer diepgang.
Eens te meer voel ik daarom hoe belangrijk het is dat kerken open blijven. En hoop ik dat orthodoxe predikers bereid zijn om te preken waar ze ook maar gevraagd worden. En besef ik vooral, dat het God Zelfs is Die voor de Kerk zorgt. En zolang de Bijbel (Zijn Eigen Woord!) blijft opengaan, mogen we Zijn werk verwachten.

Johannes de Doperkerk te Vledder

Revival maar dan anders
In het PKN-blad Petrus stond een interview met kerkenraadsleden uit Wapserveen – zo’n negen kilometer bij ons vandaan. Een kerkje dat een belangrijke rol gespeeld heeft in mijn roeping, eerst naar Urk, daarna naar Drenthe. Toen ik vier jaar geleden bij dat kerkje zat schokte het me: de enige informatie op het bord bij de weg ging over spiritualiteit, iets met sterren en stenen. En dus niets over God, over Jezus Christus.
Deze vrijzinnige gemeente ging bijkans ter ziele. Maar er was een reddingsoperatie. Het dorp wilde niet dat de kerk verdwijnen zou en heeft de schouders er onder gezet. Nu is het zelfs zo, dat de nieuwe ‘kerkenraad’ mede gevormd wordt door dorpsbewoners die zelf geen kerklid zijn. Of je nu zó een kerk redt…?

Maar een ouderling eindigt het interview met: ‘Ik hoop dat het gewoon een soort revival wordt, niet alleen van het kerk-zijn maar ook van de gemeenschapszin in Wapserveen.’ Hij verstaat onder het woord ‘revival’ wat anders dan wij. Laten we dan om dat werk van de Heilige Geest bidden! Dan gaat het dorp echt iets van de kerk merken…

Maar een ouderling eindigt het interview met: ‘Ik hoop dat het gewoon een soort revival wordt, niet alleen van het kerk-zijn maar ook van de gemeenschapszin in Wapserveen.’ Hij verstaat onder het woord ‘revival’ wat anders dan wij. Laten we dan om dat werk van de Heilige Geest bidden! Dan gaat het dorp echt iets van de kerk merken…

Hervormde kerk te Wapserveen

‘Zoek de vrede voor het dorp’
De gemeente Westerveld is één van de meest seculiere van Nederland, maar is toch tot voorbeeld: ze zet zich in voor het behoud van de kerken. Onlangs organiseerde ze (opnieuw) een dag met de kerkelijke gemeenten, in de kerk te Havelte. Natuurlijk zette de burgerlijke gemeente vooral in op de maatschappelijke functie van de kerk, maar er ontstonden mooie gesprekken over wat de kerk voor de gemeenschap kan betekenen. Sowieso was het mooi om de burgerlijke gemeenten én veel kerkenraadsleden van buurgemeenten te ontmoeten.
Vanuit de kerken werd n.a.v. Jeremia 29:7 als opdracht genoemd: ‘Zoek de vrede voor het dorp’. Nu vond ik de benadering nogal horizontaal, maar het is wel een heel relevante tekst voor het evangelisatiewerk. Al met al was het een leerzame ontmoeting. Vooreerst neem ik in elk geval de volgende punten mee:
– Het is goed om contact te hebben met andere kerken; enerzijds om te luisteren wat er speelt, anderzijds om aandacht te vragen voor het belang van het Evangelie.
– Het is niet vreemd om van een burgerlijke gemeente te verwachten dat ze mensen doorstuurt naar een kerk. Iemand die beweging nodig heeft adviseren ze een sportclub, waarom dan niet iemand met geestelijke vragen naar een kerk?
– Als je het goede zoekt voor je naaste hoort het echt bij elkaar: lichaam en ziel, het tijdelijke en het eeuwige.
– We zijn rijk gezegend met het feit dat er bij ons jeugd naar de kerk gaat; er zijn heel wat kerken waar die totaal afwezig is…

Clemenskerk te Havelte

Bewogenheid

Deze week werd ik bij de dagelijkse lezing geraakt door een passage uit een boek van Charles Bridges (19e eeuw), een spiegel voor ons allen. Ik geef deze maar vertaald door.

 

Als de Heere ons onderwijst in de voorrechten van Zijn geboden, dan leert Hij ons bewogenheid met diegenen die ze niet houden. Dit was de houding van Jezus. Zijn leven toonde Iemand Wiens hart bestond uit zachtmoedigheid.

Bij sommige gelegenheden toonde Hij Zijn bewogenheid extra opmerkelijk. Tegen het einde van Zijn leven wordt beschreven hoe Hij Jeruzalem naderde en overzag. Deze stad was ‘schoon van gelegenheid, de vreugde van de gehele aarde’, maar nu overgegeven aan haar eigen wegen, en het oordeel naderde over haar. Toen ‘weende Hij over haar’.

Hij maakte toen een triomftocht. De lucht was vol hosanna’s, de weg bezaaid met takken, één en al vreugde en lof. Te midden van al deze opgewondenheid leek alleen de Zaligmaker geen oog te hebben voor de triomf, geen hart voor de vreugde. Zijn alwetende gedachten doorzagen de geestelijke leegheid van deze verdrietige gelegenheid. Daarom kon Hij wenen te midden van de vreugde. ‘Waterbeken vlieten af van mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.’

Een christen, en net zulke of andere omstandigheden, wordt gelijkvormig aan het beeld van zijn Heere. In zijn hart zal hij daarom innig betrokken zijn op de eer van zijn God, en diep bewogen zijn met arme zondaren die Zijn wet niet onderhouden, en verloren gaan onder hun eigen zonden. Zo kwelde ‘de rechtvaardige Lot’ zijn ziel vanwege de ‘onrechtvaardigheid van de goddelozen’ (2 Petr. 2:7-8). Zo viel Mozes op zijn aangezicht, en hij at geen brood veertig dagen en veertig nachten, vanwege al de zonden waarmee zij gezondigd hadden’ (Deut. 9:18-19). Zo deden ook Samuël (1 Sam. 15:11, 35) en Ezra (Ezra 9:3-4). En David, terwijl hij leed onder de onderdrukking door anderen (vers 134), toch was hij daarover nooit zo aangedaan als over hoe de wet van zijn God overtreden werd.

Is dit niet een bijzondere eigenschap van de dienaren des Heeren? Kunnen zij, in deze tijd van overvloedige goddeloosheid (zelfs in hun eigen omgeving), anders dan ‘wenen tussen de poort en het altaar’ (Joël 2:17)? Zo waren de profeten, zo verging het de apostelen (vergelijk Filipp. 3:18).

Zo wordt dus telkens weer het karakter van Gods kinderen geschetst. Zij zijn niet slechts mensen die vrij zijn van goddeloosheden, maar zij zuchten en roepen ook om de goddeloosheden die in het land gedaan worden (Ezech. 9:4).

Als je zo’n geest mist, dan toont dat hardheid en trots, dan is dat een pijnlijke vlek op de belijdenis van het Evangelie (1 Kor. 5:2). Hoe veel reden is er niet alom, om deze bewogenheid te kennen! De aangrijpende aanblik van een wereld die God verlaat, van menigten die spelen met hun eeuwige ondergang – alsof God een man was dat Hij liegen zou (Num. 23:19). Dat is toch zeker genoeg om waterbeken te wringen uit de harten van deze die begaan zijn met Zijn eer. Wat een menigte zonden stijgt op als een wolk voor de Heere, zelfs vanuit één enkel hart. Trek dan de lijn door naar een dorp, een stad, een land, een wereld! Iedere dag, ieder uur, ieder ogenblik – terecht zouden waterbeken uitgroeien tot een geweldige stroom, die ieder ogenblik uit haar oevers kan treden.

De vraag is niet of u uitwendig bent aangedaan (dat kan een kwestie van karakter zijn), maar of u de verloren toestand van uw mede-zondaren op uw hart draagt. Zouden we een brandend huis kunnen bekijken zonder onze zorg over de bewoners te laten merken? Maar toch, helaas, hoe vaak kijken we niet naar zielen op de rand van de ondergang (onbewust van enig gevaar) zonder echte bewogenheid. Hoe kunnen we christen zijn, als we niet geloven in de waarschuwingen in de Schrift voor hun gevaar? Of als we die geloven, onszelf niet aansporen om hen te helpen? Wat een onoprechtheid, als we wel bidden voor hun bekering maar geen moeite doen om die te bevorderen. O, laat het ons dagelijkse gebed zijn, dat deze onverschilligheid over hun eeuwige staat mag veranderen in een geest van wenende tederheid; dat we niet zullen leven alsof deze wereld een wereld zonder zielen was; dat we nooit zien hoe Gods sabbat geschonden wordt, Zijn wetten onder de voet gelopen, de goddelozen zich tegen God verzetten – zonder een sterker voornemen om zelf de wetten van God te onderhouden en bij deze overtreders te pleiten om dat ook te doen.

Hebben we geen geliefden in onze eigen familiekring die ook verloren liggen, ‘dood in misdaden en zonden’? Tot wat een gezegende familie behoort u, lezer, als er niet zulke voorwerpen voor uw medelijden zijn… Als dat zo is, dan is dat een voorrecht! Maar dan nog, houdt u zich stil? Hebt u geen goddeloze, onwetende buren om u heen? En blijven zij onbekeerd én ongewaarschuwd? Bezoeken we hen vol beleefdheid en vriendelijkheid, zonder hen iets mee te geven over de zorg voor de eeuwigheid?

Laten inderdaad onze gezinnen allereerst delen in onze bewogenheid. Maar laten daarna onze gemeenten, onze buren, ons land, de wereld een plaats krijgen in ons hart, in onze gebeden, in onze oprechte bezorgdheid.

Uit: Ch. Bridges, Psalm 119, op vers 136 (blz. 357-360).

De eerste week

Uitbundig schijnt de zon, verschillende vogels zijn weer terug uit warme oorden, en vormen een koor samen met hun (achter)neven die de winter door in Nederland bleven. Het water van het riviertje de Linde stroomt traag richting Wolvega en verder. Ik ben onderweg om bouwmaterialen te halen, en benut de lunchtijd om niet alleen te klussen maar ook te mijmeren. Deze week is een bijzondere week: we kregen maandag de sleutel van onze nieuwe woning in Vledderveen. Deze omgeving wordt nu ónze omgeving. Hoe is het hier, hoe zal het hier zijn?

Het is rustig, dat sowieso. Wel razen een kilometer verderop auto’s over de provinciale weg, maar geen hoogbouw ontsiert de horizon. Maar één plaats valt me op: daar komen twee bouwwerken boven de bomen uit. Een kerktoren en een zendmast. Symbolisch! Een toren van vroeger tijd, toen het nog vooral belangrijk was om in de hemel te kunnen komen. En een toren van deze tijd, nu het vooral belangrijk is om op het internet te kunnen komen. Welke wint het? Vanaf hier lijken de torens even hoog, maar ik weet dat schijn bedriegt: de zendmast staat een stukje naar achteren – die torent dus bóven zijn eeuwenoude concurrent uit. De wereld heeft het gewonnen van de hemel. Niet alleen hier (waar nauwelijks nog kerkgangers zijn) maar op zo veel plaatsen.

Maar toch… Mijn gedachten gaan even verder. Over twintig jaar, zijn de torens dan nog in functie? Als het met de kerkgang zo doorgaat als nu, dan nodigen straks de torenklokken niet langer de mensen tot onder Gods Woord. En als het met het internet zo doorgaat als nu, dan zal dat nóg onmisbaarder zijn – alleen dan is deze zendmast vermoedelijk al lang ingehaald door nieuwere techniek.

Over twintig jaar twee torens uit functie. Maar er is een groot verschil! De zendmast zal dan wel – als overbodig – zijn neergehaald, en de kerktoren zal er – als historisch monument – nog staan. Als een getuige, ook voor mensen die er niet in geïnteresseerd zijn, dat de hemel belangrijker is dan de aarde, en dat Gods Woord blijvend is, hoe alles hier ook verandert. En wie weet hoe veel mensen daar dan iets van ontdekt hebben! Ik zou niet weten hoe het over twintig jaar is, maar ik mag toch deze kant op gaan met verwachting. Niet alleen omdat de Heere niet voor niets geroepen heeft, maar ook omdat het Woord van God het enige Nodige is, het diepste Antwoord, ook voor mensen die hun heil steeds digitaler zoeken.

Waarom Drenthe?

Vanaf de eerste keer dat ik in Drenthe preekte heeft het me geraakt: een kleine gemeente met leden uit de wijde omgeving. Wel heeft ieder dorp een kerk, maar in veel kerken komen maar weinig mensen meer samen en op de meeste plaatsen klinkt het Woord niet meer ten volle. ‘Wie zal deze mensen vertellen van de zaligheid in Christus?’ zo was mijn vraag als ik door de velden naar een Drenthse kerk of weer naar huis reed. En naarmate de jaren vorderden ging het meer in mijn hart leven: ‘Heere, als ik hier nodig ben, ik ben bereid.’ Maar vooreerst bleef mijn plaats op de Biblebelt.
Voorjaar 2021 werd me (o.a. vanuit Gen. 12:1) duidelijk dat de Heere me daadwerkelijk riep om de ‘veiligheid’ van een kerkelijke omgeving te verlaten en uit te gaan als predikant-evangelist. Waarheen? Steeds was het noorden van het land me op het hart gebonden. Drenthe wel in het bijzonder, maar zou het daarom ook Gods bedoeling zijn dat ik daarheen ging? Voorafgaand aan een lezing in de regio ben ik maar gaan rijden. In het hart van de provincie zette ik mijn auto langs de kant van de weg. Ik bad om Gods leiding en opende de Bijbel. Klaagliederen 1 sloeg ik open. Ik werd geraakt door wat er staat in vers 2: ‘zij heeft geen troosters onder al haar liefhebbers’. Daar gaat het over Jeruzalem, maar het leek mij zo gepast voor deze provincie! Véle liefhebbers om er te fietsen etc., maar waar zijn de troosters, die de goede Boodschap brengen? Ja, hier lag mijn bestemming, zo voelde ik.

Het was echter nog niet de tijd om te gaan. Eerst leidde Gods weg ons nog via Urk. Hoewel ik daar met liefde en in verbondenheid mijn werk mocht doen, wist ik ook dat het een ’tussenstation’ was. De roeping lag er, en daarom ook de vraag aan de Heere wanneer en waarheen.  Voordat ik wist dat het tijd was om te gaan heeft de Heere op allerlei wijzen Drenthe eens te meer (soms heel concreet) aangewezen. Ik denk aan die keer dat ik vanuit Friesland naar Urk reed en het was alsof ik in gedachten pagina 3 van het RD voor me zag; ik had het gevoel dat ik moest kijken in de rechterkolom aldaar. En thuisgekomen, wat stond daar? De predikante van Vledder-Frederiksoord-Nijensleek had een beroep aangenomen. Of die andere keer: een ouderling vroeg me of ik eens met een vriend van hem meewilde naar diens broer, die nooit ambtelijk bezoek kreeg. ‘Waar woont hij?’ ‘Ik heb geen idee, ik laat me gewoon rijden; het is ongeveer een uur hier vandaan.’ Het kon Friesland zijn, Gelderland, Overijssel… We maakten een afspraak, ik stapte in, mijn gebed was: ‘Heere, wilt U dit gebruiken om de roep te bevestigen?’ We reden naar… Zuid-West Drenthe. De man die we bezochten, met al zijn moeiten, was voor mij als de Macedonische man voor Paulus (Hand. 16).
Op deze en andere wijzen heeft de Heere telkens dit deel van het land onder de aandacht gebracht. Maar behalve Gods voorzienigheid speelt bij mij ook een overtuiging een rol. Ik geloof dat het in het evangelisatiewerk goed is om uit te gaan van reeds bestaande kerken. Zolang het ook anders kan niet ‘zomaar ergens’ beginnen. ‘Versterk het overige’ schrijft de Heere aan Sardis (Openbaring 3:2). En als Hersteld Hervormd predikant kijk je dan toch allereerst waar Hersteld Hervormde Gemeenten zijn. Die zijn er niet zo veel buiten de Biblebelt…
Toen in mei 2024 vanuit het Woord (o.a. Ezechiël 3) duidelijk werd dat het tijd was om te gaan, zijn we naar een locatie gaan zoeken die geschikt zou zijn voor evangelisatiewerk zoals ik dat in de loop van de jaren steeds meer voor me ben gaan zien. We hebben nog wel wat gekeken naar panden net over de grens in Friesland, maar die vielen af: de provincie Drenthe was te duidelijk aangewezen. En dan moest het eigenlijk ook binnen redelijk afstand van een HHG zijn (dus: Vledderveen of Hollandscheveld). We hebben eerst op een ander pand geboden. Maar ons bod vonden ze te laag. In de zomer bleek de prijs van het huidige pand zodanig gezakt, dat het binnen ons bereik kwam; en al spoedig werd ons bod geaccepteerd. Het is tot verwondering dat er een mogelijkheid gekomen is. Niet slechts binnen Drenthe, niet slechts op redelijke afstand van een gemeente, maar zelfs precies in de plaats waar ook een Hersteld Hervormde Gemeente ligt: Vledderveen. Een plaats waar 40 jaar lang (1934-1974) een evangelist gearbeid heeft met dezelfde achternaam: Helmert van Reenen, achterneef van mijn overgrootvader. De wegen van de Heere zijn wonderlijk!

Ds. M. van Reenen

In afwachting

Alles wat u hier ziet verkeert nu nog in de opstartfase.

De bedoeling is dat eind januari of begin februari de stichting officieel wordt opgericht.

Per 31 maart vindt dan de overdracht van de locatie plaats. De maanden april en mei zijn bedoeld voor verbouwing en verhuizing.

Dit alles zo de Heere het geeft. Hij heeft opening gegeven, aan Hem mogen we de leiding overlaten, Hij schenkt zegen, de eer is voor Hem!